Tamerlan is een opera van Klaas ten Holt met een libretto van Carel Alphenaar.
De opera is gebaseerd op het verhaal van de mongoolse veroveraar Timur of Timur Lenk(in het Turks: "Timur de Manke")
die leefde aan het eind van de XIVe eeuw.
De opera is geschreven voor twaalf solisten (inclusief een rolletje voor
een jongens sopraan), groot orkest (3243 4331 celesta, cimbalom, 2hrp, 8 perc. 12 10 8 6 4) en gemengd koor.
De lengte is ongeveer twee uur.
Het is een verhalend, dramatisch, exotisch, kleurrijk en krachtig werk,
gecomponeerd in een transparante en persoonlijke stijl. De muziek ondersteund en becommentarieerd de handeling.
De opera is in het Nederlands.
De opera speelt zich af in en om Constantinopel en gaat over de opkomst
en ondergang van Tamerlan, die in zijn zucht naar macht en roem zijn Turkse keizer Bayaset verslaat.
De liefde die de Turkse Keizer Bayaset en Aurelia, dochter van de Griekse keizer, voor elkaar koesteren,
levert een prachtige bruiloft op en brengt vrede tussen de Turken en de Grieken die eeuwig met elkaar in oorlog zijn.
De sfeer op de bruiloft wordt bedorven door Maacha die beweert dat Bayaset haar trouwbeloftes heeft gedaan.
Zij vervloekt hem en voorspelt dat hij zijn dagen in gevangenschap zal slijten.
Tijdens de bruiloft komt een bode de doezelige gasten melden dat Tamerlan, een van Bayasets veldheren, een staatsgreep heeft gedaan en
dat hij de legers van Bayaset in hun slaap heeft uitgemoord.
Bayaset ronselt nieuwe manschappen en trekt op tegen Tamerlan. Daarbij wordt hij op genante wijze gearresteerd en door Tamerlan in een kooi gestopt. Maacha hoort van Bayasets vernedering.
Vermomd als jongen die een klap van de molen heeft gehad, laat ze zich door
Tamerlan in dienst nemen als hofnar: om dicht bij Bayaset te zijn. Talismachar, een hoge gezant van de Turken probeert Bayaset vrij te kopen.
Zijn verzoek levert hem een eenzijdig kaalgeschoren hoofd op.
Tamerlans legers beginnen te morren want hij is een wanbetaler. Aurelia brengt een bezoek aan haar man die zijn wittebroodsweken
doorbrengt in een kooi. In haar bijzijn gebruikt Tamerlan zijn hoge gevangene als voetenbankje. Hij dwingt Aurelia aan tafel te bedienen.
Maar de wijn die zij Tamerlan schenkt, is door Maacha vergiftigd en Tamerlan blijft erin.
Geen redding is er voor Bayaset want vlak
daarvoor heeft hij zich doorstoken met de vijl die hem had moeten bevrijden. Paleologus, de Griekse keizer komt vertellen dat hij
Tamerlans muitende troepen heeft verslagen. Hij komt te laat om zijn schoonzoon in de armen te sluiten. De twee geliefden van Bayaset
sluiten vriendschap. Ze zullen hun dagen slijten op het praalgraf dat ze voor Bayaset willen oprichten.
Tamerlan wordt begraven in de Russische sneeuw "om zijn ziedende bloed te sussen."
De opera is niet uitgevoerd en niet uitgegeven.
Op verzoek van uitgeverij Donemus componeerde Klaas ten Holt een Tamerlan Suite als instrumentale samenvatting.
De Tamerlan Suite werd uitgevoerd op de Nederlandse Muziekdagen door het Radio Symfonie Orkest o.l.v. Jac. van Steen.
De partituur van Tamerlan is te verkrijgen bij de componist (tamerlan@klaastenholt.nl).
De partituur van de Tamerlan Suite en een live registratie ervan zijn verkrijgbaar bij uitgeverij Donemus (info@donemus.nl)
Tamerlan is een verhalende opera met veel exotiek en rijk aan kleur. Er is veel contrast; grote orkestrale stukken worden afgewisseld met kleine, intiemere scenes om een 'close up' werking te genereren. Er is een groot slagwerkstuk, veel koor - ook acapella - , er zijn bespiegelende slotkoralen, een heuse "hosenrolle" en een gegijzelde jongenssopraan. Het belangrijkste doel is om de verschillende figuren uit het drama tot leven te wekken, ze een ziel te geven, hun karakters met muzikale middelen te ondersteunen, ze geloofwaardig te maken, sympatiek of antipatiek. Het zelfde geldt voor het dramatisch verloop van de handeling. De muziek moet de handeling ondersteunen, becommentarieren, maar ook haar eigen verhaal vertellen.
De opera is in het Nederlands; een klein taalgebied maar zeer geschikt voor zang met zijn bijzondere klanken en kleuren.
Carel Alphenaar, die het libretto heeft geschreven, gebaseerd op het gelijknamige toneelstuk van Joannes Serwouters uit 1661,
is zich goed bewust van de noodzaak tot zingbaarheid en de expressiviteit van het Nederlands. Hij speelt met jargon; ambtelijk taalgebruik zet hij tegenover
informeel, archaïsch tegenover populair. (Graag verwijs ik hierbij naar Carel's lezing "Het Nederlands als zangtaal, op het toneel, op straat en in de kerk",
uitgesproken in de aula van de Rijksuniversiteit Utrecht, ter gelegenheid van de Taaldag 1994 op 4 juni, georganiseerd voor NRC Handelsblad door Verstegen &
Stigter, culturele evenementen.)
Zijn teksten rijmen niet, maar hebben altijd een duidelijke cadans en richting.
De opera is tonaal geörienteerd, behalve bij Maächa's vloek en de doorwerking daarvan. Daarvoor is een twaalftoonsreeks gebruikt. Er zijn recitatieven met cimbalom en harp om de exotiek van het onderwerp te benadrukken. Feitelijk is de hele opera gebaseerd op één vierklank en omkeringen daarvan, bestaande uit een kwart, een secunde en een kwint. Deze vierklank haalt zijn tonen uit de majeur- en mineurladders en kan op alle trappen voorkomen. In de recitatieven klinkt hij veelvuldig en is de bijzondere intervalkarakteristiek goed te horen. Vaak klinken echter niet de akkoorden zelf maar hun boventonenspectrum - gerasterd en aan ritmische formules gekoppeld - als zeer kleurrijke klankwolken in het orkest. Soms donker en dreigend, soms licht en open. Zij geven een transparante chromatiek, afgeleid als zij zijn van op grote en kleine-tertstoonladders gebaseerde vierklanken.
Hij is een machtswellusteling die de hele wereld wil veroveren. Hij is medogenloos, wreed en geobsedeerd door macht en door zichzelf.
Hij duldt niemand naast hem, regeert en beslist alleen, heeft geen enkel verantwoordelijkheidsgevoel en staat niet open voor redelijke argumenten van anderen.
Hij is het archetype van de dictator.
Hij zingt graag en vaak zijn eigen naam en lange melismen op het woord "ik", en zijn grootheidswaan doet hem soms buiten de opera treden,
wanneer hij zijn eigen thema fluit of zingt. Hij is zich er kennelijk van bewust dat er een opera aan hem gewijd is.
Zijn muziek is militair, eerder ritmisch dan melisch, met vooral koper en slagwerk. Zijn vocalen neigen naar het hysterische, met uitschieters naar falset en grote intervalsprongen.
Hij is ijdel, niet erg slim en onverantwoordelijk; een combinatie die dodelijk zal blijken. Hij doet gemakkelijk grote beloften en vraagt zich niet af of hij die waar zal kunnen maken. Helemaal aan het begin van de opera zweert hij een dure eed bij Mahomet en bij de Koran met een dalend en een stijgend groot septiem dat het motief van zijn ondergang zal worden. Door zijn grote rivaal Tamerlan overwonnen en en als een exotische vogel in een kooi opgesloten wordt hij later met zijn eigen thema bespot, dat nu als de klaagzang van een siervogel klinkt. Zijn stem wordt vaak begeleid door gestopte trompetten die zijn grootspraak muzikaal kleineren. Hij ontwikkelt zich van een vanzelfsprekend heerser met weinig inlevingsvermogen in het lot van zijn onderdanen tot een gebroken mens die alle hoop heeft laten varen en alleen nog wil sterven, ook als de redding nabij is. Hij is teveel vernederd.
Zij heeft een strijdbare pulserende muziek met veel accenten en plotselinge versnellingen en vertragingen. Van een trotse koningsdochter die het oorlogvoeren liever aan anderen overlaat ontwikkelt zij zich tot een dappere en strijdbare vrouw die haar overwonnen echtgenoot niet aan zijn lot overlaat, en ook niet te trots is om voor zijn leven te smeken bij Tamerlan. Zij vergeeft Maächa, haar rivale in de liefde, die in feite de veroorzaker is van alle ellende, en besluit - na de dood van Bayaset en Tamerlan - met haar de rest van haar dagen door te brengen in verering van haar gestorven echtgenoot. Samen richten zij voor hem een praalgraf op en zingen dan nog slechts unisono.
Zij is de katalysator van het drama. Zij spreekt een vloek uit over Bayaset, die haar ooit trouwbeloftes deed, maar haar vervolgens liet zitten voor een opportunere partij. Als haar vervloeking werkelijkheid wordt, krijgt ze spijt, en stelt ze alles in het werk om haar geliefde Bayaset te redden, en verzoent ze zich met haar rivale. Als ze inbreekt op het huwelijk van Bayaset en Aurelia is ze de rust zelve. Met enorme zelfbeheersing en waardigheid doet ze haar verhaal begeleid door een klankveld van strijkers met een Ives achtige sereniteit. Als Bayaset zich van de domme houdt ontploft ze en spreekt ze haar vloek uit in een uiterst expressief atonaal idioom. Haar rol kent veel contrast, van recitatief en quasi belcanto (wanneer zij zich als nar vermomd aan het hof van Tamerlan begeeft) tot grote expressie en intervalsprongen.
Hij is het archetype van de verstandige en bedachtzame vorst. Hij wil vrede, maar moet daartoe zijn dochter Aurelia aan de Turk Bayaset afstaan, die hij niet vertrouwd en waar hij nieuwe rampspoed van verwacht. In twee dramatische monologen schetst hij ons zijn dilemma's.
De strijd tussen de legers van Tamerlan en Bayaset wordt verbeeld door twee groepen slagwerkers, links en rechts op het toneel opgesteld. Elke groep heeft zijn eigen muziek; Tamerlan zijn op de muziek van de Janitsaren geïnspireerde militaire muziek en Bayaset zijn fuga die al klonk bij zijn huwelijk met Aurelia. De strijd begint vrij formeel, met om de beurt een charge, maar in het kamp van Bayaset slaan al gauw de chaos en de ontreddering toe. De overwinning is - zoals voorspeld - voor Tamerlan.
Als de verschillende legeraanvoerders en hun adjudanten elkaar voor rotte vis uitmaken, en hun eigen kracht roemen, gebeurt dit in falset. Militairen in vol ornaat met een hoog stemmetje, dat geeft te denken en zet ze in een ander licht. Als de opera al een boodschap heeft dan is het om leiders die al te hard schreeuwen maar liever niet te volgen.
Zij is de stem van het volk en de soldaten. Het zingt braaf mee als er getrouwd wordt en bauwt zijn leiders na."Lang leef de Tamerlan!" roept het enthousiast, totdat deze een wanbetaler blijkt. In het negende toneel krijgt het de hoofdrol toebedeeld. Als extra klankkleur in het orkest wordt het soms ook "instrumentaal" ingezet, zonder woorden. Aan het slot van de opera, als Tamerlan verslagen is, roept het zo luid dat nu de rust zal weerkeren, dat we het niet meer geloven. Nieuwe rampspoed zal wel niet lang op zich laten wachten.